Wie een internetabonnement afsluit krijgt momenteel bij dat abonnement meestal allerlei apparatuur standaard meegeleverd door de aanbieder van zo’n abonnement. Denk hierbij aan zaken als de router, de internetmodem of in het geval van digitale televisie de tv-decoder. De meeste consumenten accepteren dat dit er nu eenmaal bij hoort. Toch is het eigenlijk vreemd. Door het afsluiten van een bepaald internetabonnement zit een klant per definitie vast aan allerlei randapparatuur van een merk en een type waar hij niet per se om gevraagd heeft. Is dat anno 2017/2018 nog wenselijk? Het kabinet vindt van niet, zo bleek onlangs. En voor de consument die meer keuzevrijheid wil hebben is dat goed nieuws.

In een modern digitaal tijdperk past keuzevrijheid

Dat consumenten nog steeds niet zelf kunnen kiezen welk type modem (of andere apparatuur) ze willen gebruiken is niet alleen volkomen achterhaald, het strookt ook niet met de Europese regelgeving op dit punt. Volgens deze regels zijn tv-ontvangers, modems en routers namelijk onderdeel van het privénetwerk van een consument. Datzelfde geldt overigens ook voor bedrijven. Dat betekent dat iedereen eigenlijk keuzevrijheid zou moeten hebben. Die is er tot op heden niet. Dat komt onder meer omdat de lidstaten van de EU (waaronder Nederland) zelf de Europese richtlijnen om moeten zetten in nationale wetgeving. Tot nu toe werd daar niet echt haast achter gezet. Maar daar komt nu verandering in. Althans, dat heeft staatssecretaris Keizer van Economische Zaken en Klimaat (het klimaat doet hierbij even niet ter zake…) laten weten. Zij is bezig met het ontwerpen van de beleidsregel “Netwerkaansluitpunt” die keuzevrijheid van consumenten in Nederland moet garanderen en bevorderen.

Hoe wordt dat dan geregeld?

In eerste instantie heeft het ministerie overleg gevoerd met de telecomaanbieders om meer keuzevrijheid mogelijk te maken. Dat leverde echter geen bevredigende resultaten op. Omdat “de markt” dus geen oplossing bood werd het opstellen van een beleidsmaatregel noodzakelijk. Vanuit de aanbieders werd echter aangegeven dat de vrije keuze van onder andere modems problemen zou kunnen veroorzaken met betrekking tot de openbare netwerken. Er werden met name zorgen geuit over het Internet of Things dat een steeds grotere plek krijgt in de samenleving en waarbij het soms lastig is de veiligheid en privacy te waarborgen. Daarom start het ministerie nu een zogenaamde “internetconsultatie” waarbij belanghebbenden kunnen reageren op de maatregel. Aan de hand van de input zal de staatssecretaris de beleidsregel dan verder uit gaan werken. De personen en organisaties die gevraagd worden om input te leveren zijn onder meer: telecomaanbieders, fabrikanten van telecom-eindapparaten, eindgebruikers van telecomdiensten inclusief consumenten en bedrijven. De consultatieronde van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zal op 15 februari 2018 eindigen. De verwachting is dat de gewenste keuzevrijheid voor consumenten en bedrijven vervolgens snel is geregeld.